Salah

Mama, we spelen “wie vindt Salah”!

Sinds de aanslagen in Parijs al hebben mijn kinderen de mond vol van ‘Salah’ en de ‘vrienden van Salah’. Deze staan voor hen symbool als ‘de slechteriken’, en ‘de boeven’ zoals je er bij wijze van spreken in Mega Mindy tegenkomt.  De aanslagen in Brussel op 22 maart is in hun ogen ook gepleegd door ‘de vrienden van Salah’ (en dat is niet eens onwaar). Intussen stijgen de eerste vliegtuigen weer op in Zaventem en  de “slechteriken” worden met mondjesmaat ingerekend. België likt zijn wonden. Maar wat er gebeurd is op 22 maart zal zich nog lang laten voelen. We, én onze kinderen, zijn toen in een andere wereld wakker geworden.

En dat zullen we geweten hebben. Want blijkbaar is het niet ongewoon dat kinderen tegenwoordig verstoppertje inruilen voor een ‘wie vindt Salah’. Of zal het spel ‘terroristje spelen’ weldra de cowboy en indiaan kunnen verdringen. De meeste kinderen gaan flexibel om met hun nieuwe wereld. Beter of gemakkelijker alleszins dan hun ouders.

Ook ten huize Pingrid is dat zo. Kind van 5 en 7  zijn helemaal niet bang en zijn van het type zorgeloos. Ze hebben best wel vragen, maar éénmaal er (een poging tot) een antwoord is gegeven, is het ok voor hen. Eigenlijk was dat meteen al zo. Voor mij persoonlijk kwam dat vreemd over omdat ik overal in de media verhalen las over bange kinderen (Als je bepaalde media moest geloven, moést je kind bijna bang zijn om normaal te zijn), of ouders die niet goed wisten hoe ze met hun kinderen moesten communiceren.

Vandaar dat je ook deze beknopte handleidingen overal tegenkwam op sociale media.

Salah

En toen kreeg ik een mail van vriendin en kinderpsychologe Nathalie Haeck.(Nathalie gaf mij al raad bij eerdere blogposts als “seks versus kinderen” en “het geheim van Sinterklaas)  En zij wou hier enkele nuances over kwijt. Want bovenstaande richtlijnen zijn om begrijpelijke redenen heel compact gehouden. Je krijgt wel een onderscheid van aanpak naargelang de leeftijd van je kind. Maar -zegt Nathalie – leeftijd is niet alles. Niet elk kind is even rijp, of even ver ontwikkeld op een bepaalde leeftijd. Noch is elk kind even angstig, of omgekeerd: even zorgeloos.

Volgens Nathalie Haeck is er dus geen standaard richtlijn te maken van hoe je moet omgaan met kinderen nav deze gebeurtenissen. Je moet vooral kijken naar het kind zélf en zijn of haar kwetsbaarheid voor angst in het algemeen. Ze stelde me dus gerust door te zeggen dat een hele grote groep kinderen eigenlijk nauwelijks problemen heeft met aanslagen en terreurdreiging omdat ze dit al wat normaal lijken te vinden. Soms voelt dat (voor mij) wat confronterend, maar an sich is dat best gezond.

Boodschap is dus: kijk naar het karakter van je kind en stem je aanpak daarop af!


Hieronder lees je nog de drie types van kinderen die Nathalie onderscheidt en de mogelijke bijbehorende aanpak.

Type Zorgeloos
Sommige kinderen zijn zeer zorgeloos. Die zijn niet bezig met wereldproblemen maar wel met of ze die dag kunnen buiten spelen, met wie ze gaan spelen, of ze veel huiswerk hebben en wat er die avond op het menu staat. Die kinderen kan je best wel even informeren maar zullen zelf niet veel vragen stellen. En als dit toch gebeurt, zijn die snel te beantwoorden en makkelijk gerust te stellen. Dit zijn trouwens ook de kinderen die je hoort ‘terroristje spelen’ of ‘Salah zoeken in het bos’ (de nieuwe varianten van politie en boef).

Type Realist
Andere kinderen zijn er wel mee bezig en maken zich zorgen over wat er gebeurt in de wereld en nu ook in ons land. Ergens zijn deze kinderen ook al wel gewend aan het feit dat er terrorisme is. Wij maken het nog maar de laatste jaren mee, voor hen lijkt het iets wat gewoon bij het leven hoort . Maar zij stellen er wel vragen over en ook vragen waar wij niet onmiddellijk een goed antwoord op hebben. Voor hen gelden die algemene richtlijnen zoals beschreven op de website van Klasse : doseer de berichtgeving, laat je kind zelf vertellen, peil naar zijn gevoelens, bespreek wat de politie doet, probeer zo duidelijk en eerlijk mogelijk te antwoorden enz.

Type Angstgevoelig
Tot slot heb je ook de groep waar Nathalie professioneel veel mee te maken heeft. De kinderen (en jongeren) die heel gevoeligheid zijn voor angst en piekeren. Zij kunnen last hebben of krijgen van inslaapproblemen, nachtmerries, piekergedachten, concentratieproblemen, enz. Dit zijn in het algemeen ook kinderen die snel overprikkeld zijn en snel van slag zijn. Het is dan ook belangrijk dat je deze kinderen niet teveel confronteert met erge beelden of overmatig veel info. Laat hen bijvoorbeeld kijken naar het Karrewiet journaal, dat goede informatie en duiding geeft, op kinderniveau. Maar hou hen weg van de volwassen nieuwsbulletins en sociale media vol berichten. Ga met hen in gesprek na het zien van beelden en als ze het moeilijk vinden om erover te praten, laat hen tekenen of schrijven …. Veeg hun gevoelens en gedachten niet te snel van tafel door te zeggen ‘maar hier gaan geen terroristen komen hoor’ of ‘dat gebeurt nu niet meer meteen’. Als ze gaan slapen kan het belangrijk zijn om aan leuke dingen te denken voor het slapengaan. Je kan samen met je kind een lijstje opstellen van leuke herinneringen om aan terug te denken in bed. Je kan hen dan uitleggen, dat wanneer ze last krijgen van enge beelden of gedachten, ze die moeten ‘wegzappen’ en naar een soort van ‘kanaal’ zappen met leuke beelden en herinneringen.

Ondanks je kind nu zorgeloos, realistisch of angstig is, het is voor hen allemaal goed om de gebeurtenissen te verwerken of te bespreken door middel van spel, toneeltjes of tekeningen. Dus stimuleer hen hierin, moedig hen aan of speel gewoon mee!

Een gedachte over “Mama, we spelen “wie vindt Salah”!

  1. Leve uw blog en die genuanceerde adviezen van Nathalie Haeck ! Bij ons gisterenavond 7+ die niet kon slapen want: “waar is het nu overal oorlog?” – “waarom?” – “is er hier ook oorlog?”

Geef een reactie